Thema-avond "Winterpret" - de kracht van sneeuw en ijs

Op woensdag 14 december 2016 vond de thema-avond Winterpret plaats in het AMC. Een enigszins misleidende titel, want er is helaas niet altijd sprake van pret. Het ging over de kracht van lawines en de gevolgen voor wie eronder bedolven wordt. Over slagaderlijke bloedingen op de ijsbaan en dilemma’s bij repatriëring. De ruim 200 aanwezigen in de collegezaal werden getrakteerd op een reeks indrukwekkende praatjes.

Lawines: de witte dood
Ieder jaar vallen er wereldwijd zo’n 140 dodelijke slachtoffers door lawines; waarvan 100 in de Alpen. Dit aantal neemt steeds verder toe. De slachtoffers zijn te omschrijven als goed skiënde mannen die, door onwetendheid, vaak zelf de lawine triggeren. Aan het woord is Joost ten Brinke, AIOS Chirurgie in het AMC en docent Berggeneeskunde bij Outdoor Medicine. ‘Bij een lawine is tijd de belangrijkste determinant van overleving. Slachtoffers die binnen 15 minuten uitgegraven zijn, hebben de grootste kans op overleving. Na die tijd neemt die kans drastisch af.’ Ten Brinke benadrukt het belang om goed voorbereid op pad te gaan. Een goede uitrusting bestaat uit een lawinepieper, een sonde en een schop. ‘Dat laatste niet zozeer om jezelf uit te graven, maar voor het geval je maatje door een lawine bedolven wordt. De impact van een lawine is enorm. Volgens slachtoffers die een lawine hebben overleefd, lijkt het alsof je meedraait in een wasmachine; je hebt geen idee meer wat onder of boven is. Eigenlijk is companion redding de enige echte kans om een lawine te overleven. Ga dus nooit alleen off piste skiën.’ Over de toegevoegde waarde van een lawine airbag is Ten Brinke minder enthousiast. ‘Natuurlijk helpt de ruimte die de airbag creëert ervoor dat er een soort luchtbel ontstaat in de lawine. Maar men wordt meestal zo overvallen door een lawine dat er amper tijd is om aan het touwtje van de airbag te trekken.’

Lawine overleefd
Hoe actueel het thema van deze avond is, bleek wel uit de nieuwsberichten van eind november dat er in de Alpen tien toer-skiërs/boarders getroffen zijn door een lawine. Vier van hen werden bedolven onder de sneeuw. Twee daarvan zijn helaas komen te overlijden aan hun verwondingen. Een van de slachtoffers is, na primaire opvang en behandeling in het ziekenhuis in Innsbruck, uiteindelijk gerepatrieerd naar het AMC. Na overplaatsing uit Oostenrijk is hier in het AMC allereerst uitgebreid aanvullend onderzoek verricht. Hieruit bleek dat deze patiënt een groot aantal letsels te hebben opgelopen door de lawine: wervelfracturen, ribfracturen, hematopneumothorax, milt- en nierruptuur (waarvoor resp. splen-/nefrectomie was verricht in Innsbruck), bekkenfractuur, communitieve scapulafractuur en een humerusfractuur met compartimentsyndroom. Teun Peter Saltzherr, AIOS Traumachirurg in het AMC, licht de casus verder toe: ‘Dat er sprake is van zoveel letsels is geen verrassing als je bedenkt dat een kubieke meter oude sneeuw tot wel 600 kilogram kan wegen. Als je daar de snelheid (130km/uur in 5 seconden) en hoeveelheid (soms tot wel 300.000 kubieke meter sneeuw) bij op telt dan kan een lawine bomen en zelfs huizen omver blazen. De belangrijkste oorzaak van overlijden bij een lawine blijft, met 84%, asfyxie ofwel verstikking.’ Saltzherr licht aan de hand van de pre- en postoperatieve beeldvorming de operaties toe die de patiënt inmiddels al heeft gehad. Naast het fysieke letsel speelt bij deze patiënt ook PTSS (post traumatische stress stoornis) een grote rol. ‘Sinds de sedatie vorige week is gestaakt, is de patiënt namelijk gaan herbeleven. Twee van zijn maten zijn in het lawinegeweld omgekomen, zes anderen hebben dit zien gebeuren. Daarvoor krijgt de patiënt inmiddels psychische begeleiding. Voor deze patiënt volgt een zeer lang traject van revalidatie, zowel somatisch als psychisch.’

Traumazorg over de grens – procedures en afspraken repatriëring
Hoe werkt het eigenlijk als een patiënt na een ongeval in het buitenland weer terug kan naar Nederland? Wat komt daar allemaal bij kijken? Tegen welke uitdagingen loopt men aan. Theo Bakker, nu operationeel manager maar jarenlang repatriëringsverpleegkundige bij Broeder de Vries Dutch Medical Services, neemt de zaal mee in de voor velen onbekende wereld van repatriëring. ‘Afgelopen jaar repatrieerden wij 800 patiënten uit 67 landen terug naar Nederland. De helft hiervan gaat per ambulance over de weg; de andere helft per vliegtuig.’

Zodra de verpleegkundigen van Broeder de Vries arriveren in het buitenlandse ziekenhuis, maken ze kennis met de patiënt en de familie. Bakker: ‘Dat wordt altijd erg gewaardeerd. Zeker in landen waar artsen en verpleegkundigen amper Engels spreken, is het voor hen fijn om in het Nederlands hun verhaal kwijt te kunnen.’ Na kennismaking wordt met de lokale verpleging afgesproken dat alle medische bescheiden klaar liggen bij vertrek en wordt er ter plaatse een overnachting geregeld voor het repatriëringsteam. De volgende ochtend worden patiënt en familie uitgebreid geïnformeerd over hoe de reis gaat verlopen. Bakker: ‘Het gaat dan om route en de duur van de terugreis, maar ook om praktische zaken als sanitaire voorzieningen. Gelukkig rijdt je tegenwoordig in heel Europa op elk tankstation met brancard en al het invalidetoilet binnen, dus dat is geen enkel probleem.’ Verder geeft het geavanceerde navigatiesysteem ons belangrijke informatie. Wanneer de toestand van een patiënt verslechterd, wijst het systeem het team naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

Bakker eindigt zijn verhaal met een casus die vanuit Duitsland naar het AMC is gerepatrieerd. Als dagvoorzitter Vincent de Jong, traumachirurg AMC, de casus verder toelicht blijken er toch nog wel wat praktische puntjes die verbeterd kunnen worden. De overdracht van medische informatie verloopt niet altijd even optimaal. ‘Bijvoorbeeld doordat de beeldvorming in het buitenland ouderwetser is en wij de beelden niet kunnen inlezen in ons systeem. Daardoor ontbreekt het totaalplaatje en moeten we op zoek naar de puzzelstukjes om het plaatje compleet te maken en het juiste beleid te bepalen.’ aldus De Jong. Een ander verbeterpunt is de communicatie rondom de verwachte aankomsttijd van de patiënt. ‘Deze is voor ons als ontvangend ziekenhuis vaak onduidelijk, maar als ik net zie tegen welke problemen het repatriëringsteam allemaal aan kan lopen is het ook niet zo gek dat zij niet op de minuut nauwkeurig kunnen aangeven wanneer ze hier zijn.’

Schaatsongevallen: blij dat ik glij
Waar de kans op lawines in Nederland natuurlijk nihil is, kan winterpret hier ook zeker omslaan in rampspoed en misère. Jasper Winkelhagen is traumachirurg in Hoorn en met kunstijsbaan ‘De Westfries’ in de buurt zien zij regelmatig schaatsongevallen. Getooid met Unox-muts (geïntroduceerd tijdens de nieuwjaarsduik van 2000 zoals de meeste van de aanwezigen weten) toont hij ter introductie een filmpje met een aantal pijnlijke uitglijders op het ijs. ‘Als we naar de cijfers kijken is schaatsen een gevaarlijke sport. Jaarlijks zijn er zo’n 12.000 SEH behandelingen ten gevolge van schaatsongevallen. Als dat wordt omgerekend naar behandelingen per uur dan komt dan neer op 75 behandelingen per 100.000 uur schaatsen. Ter vergelijking: bij voetbal is dat 30.’ Met name kinderen tussen de 0 – 14 jaar zijn vaak slachtoffer. ‘Zoals we hoorden in een eerder praatje zijn het bij lawineongevallen eigenlijk alleen mannen die slachtoffer zijn. Bij schaatsongevallen zijn het juist vaker vrouwen en dan vooral in de leeftijdscategorie 45 – 55 jaar.’

Winkelhagen vervolgt zijn verhaal met de letsels die het meest voorkomen bij schaatsongevallen. Uit de cijfers blijkt dat bij 72% van de schaatsongevallen letsel aan de bovenste extremiteiten voorkomt. Bij slechts 10% is sprake van hoofdletsel. Daarom verbaast het Winkelhagen dat het Elfstedencomité heeft aangegeven dat bij een volgende Elfstedentocht ieder schaatser een helm moet dragen. ‘De kans op een Elfstedentocht is natuurlijk klein, maar als er dan geschaatst gaat worden zou ik willen pleiten voor het verplichten van polsbeschermers. Dat is een bewezen effectief middel om polsfracturen te voorkomen en juist dat letsel is veelvoorkomend bij schaatsongevallen. Als dan vervolgens gekeken wordt naar de kosten dan staat de aanschafprijs voor polsbeschermers (€15,-) niet in verhouding tot de directe medische kosten van de behandeling van de polsfractuur. Dat loopt al snel op van €600,- (bij gips) tot €3700,- bij operatieve behandeling. Een quick win als je het mij vraagt’, aldus Winkelhagen. 

Winkelhagen eindigt zijn verhaal met nog een casus die niet veel voorkomt bij schaatsongevallen. Slechts in 1% van de schaatsongevallen is er namelijk sprake van een snijwond door de schaats. Om de casus toe te lichten is Johan Berga, ambulancechauffeur Veiligheidsregio NHN en tevens schaatscoach, meegekomen. Tijdens een schaatsmarathon in Thialf was er sprake van een ernstige valpartij waarbij sprake was van een levensbedreigende situatie. Berga zag het vanaf de tribune allemaal gebeuren. ‘De schaats van een van de rijders kwam in de knieholte van een andere schaatser terecht en veroorzaakte daar een slagaderlijke bloeding. Met mijn volle gewicht heb ik tevergeefs geprobeerd de lies van de schaatser dicht te drukken, maar het bloeden stopte niet.’ Uiteindelijk heeft Berga met zijn broekriem en een camerastandaard een tourniquet geïmproviseerd en die met veel kracht om het been van het slachtoffer aangetrokken. Daarmee stopte de bloeding en kon het slachtoffer uiteindelijk met een traumahelikopter afgevoerd worden naar het UMCG in Groningen waar hij zes uur lang is geopereerd. Het snelle handelen van Berga heeft het leven van de schaatser gered. Inmiddels gaat het gelukkig weer goed met hem.

Afsluitende paneldiscussie en take home message
Na de traditionele paneldiscussie waar aan de hand van een aantal stellingen wordt gediscussieerd (zoals: ‘Off piste skiën moet verboden worden’ en ‘Het is overbodig om gerepatrieerde patiënten standaard te isoleren’) is het einde van de avond aangebroken. Belangrijkste take home messages van de avond? Iedere off piste skiër moet zich goed voorbereiden (zowel qua uitrusting als qua lawinekennis) en alle schaatsers zouden polsbeschermers moeten dragen.

Deel deze pagina