Astrid Brugman: “We zijn gewend in hokjes te denken, maar moeten nu echt samenwerken”

Bij het voor mij vertrouwde Ambulance Amsterdam, waar ik in het verleden heb meegewerkt aan de doorontwikkeling van de Psycholance, stap ik op een zonnige donderdagmiddag binnen voor een interview met Astrid Brugman. Sinds twee maanden werkzaam als Hoofd operatie/ adjunct directeur bij Ambulance Amsterdam. Tijd voor een uitgebreide kennismaking. Wie is Astrid en wat trekt haar in de ambulancezorg?

Astrid is als verpleegkundige JGZ begonnen bij GGD Noord-Kennemerland en GGD Hollands Noorden. Uiteindelijk heeft zij de stap naar het management gemaakt bij GGD Hollands Noorden als Manager Zorg en Advies. Bij de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft zij daarnaast een crisisfunctie ingevuld als hoofd Actiecentrum GHOR en Algemeen Commandant Geneeskundige zorg. In 2015 ‘won’ de acute zorg het van de meer preventieve wereld. Het was tijd voor een volgende stap om de ambulance wereld met bijbehorende netwerken en ketenpartners beter te leren kennen. Dit deed Astrid als manager Ambulancezorg bij Veiligheidsregio Noord Holland Noord.

In maart is Astrid gestart als Hoofd operatie/ adjunct directeur bij Ambulance Amsterdam. De ambulancezorg is voor haar een zeer boeiende wereld, waarin veel te leren blijft. Wat maakt de overstap naar Amsterdam zo boeiend? De omvang van haar werkveld is nu groter en de omgeving is complexer met meerdere ketenpartners/samenwerkingspartners. Maar ook de grootstedelijke problematiek is zichtbaar. Te denken valt onder andere aan de vele toeristen en de verschillende nationaliteiten die ambulancezorg nodig hebben wat ook bedrijfskundig vraagt om een andere aanpak. Het is een werkveld waar ze nog lang niet op is uitgekeken. Astrid vindt de ambulancezorg prachtig: “Het is wat mij betreft het mooiste beroep van de wereld. Onze collega’s helpen mensen op de meest kwetsbare momenten in hun leven.”

Het valt haar op dat er veel aannames gedaan worden over ambulancezorg. Om een voorbeeld te noemen: “De ambulance is er voor vervoer van patiënten, terwijl we echt een zorginstelling zijn. We bieden ook heel vaak zorg thuis of op locatie en vervoeren de patiënt dan helemaal niet. Een andere aanname is: ‘de chauffeur is alleen het hulpje van de verpleegkundige, bestuurt het voertuig en draagt de koffers’. In de praktijk kom je erachter dat dit in het echt heel anders werkt. De professionaliteit is ontzettend hoog en de verpleegkundige en de chauffeur werken buitengewoon goed samen als een geoliede machine.”

“Zelf deed ik die aannames ook. Je denkt dat je weet hoe het zit omdat ambulancezorg bij iedereen wel beelden oproept. Toen ik een keer een nacht meereed met de Advanced Life Support (ALS) had ik een waardevol gesprek met een van de chauffeurs. ‘Astrid, ik doe dit werk al zoveel jaar. Een reanimatie van een vrouw van nog geen 40 jaar, daar lig ik niet meer van wakker. Je handelt professioneel. Wat mij wel ontzettend aangrijpt is dat vervolgens haar kleine kinderen van 2 en 4 jaar  op mijn schoot kruipen en vragen wat er met mama is. Dat zijn de zaken die mijn werk soms zwaar maken.’ Ik had me dat vooraf niet gerealiseerd. Ik heb gemerkt dat je dit soort verhalen pas hoort als je meerijdt met de collega’s. Deze kennis helpt mij een betere manager te zijn, door goed te begrijpen wat er speelt kun je betere beslissingen nemen. Regelmatig meerijden is voor mij dan ook ontzettend belangrijk.”

Op mijn vraag aan Astrid waar volgens haar de grootste uitdaging ligt voor de acute zorg de komende jaren, is Astrid heel duidelijk: “We zijn gewend in hokjes te denken, maar moeten nu echt samenwerken. In de acute zorg moeten we een antwoord gaan vinden op het verhoogde aanbod en de schaarste in personeel die we hebben. Mijn beeld is dat geen enkele organisatie in staat is om dit alleen op te lossen. Dit moet een ketenaanpak zijn met een zo glad mogelijk verloop. Een patiënt moet naadloos de keten kunnen doorlopen, voor een zo goed mogelijke uitkomst. Daarvoor moeten grenzen verlegd worden. Vanuit ervaring weet ik dat dit het makkelijkste te realiseren is als je uitgaat van de patiënt. Wat is goed voor de patiënt? Wanneer we het hebben over doorlooptijdverkorting voor bijvoorbeeld een STEMI patiënt, dan is voor iedereen duidelijk wat we moeten doen. Niet eerst naar ziekenhuis A, maar gelijk naar ziekenhuis B, waar direct de juiste zorg geboden kan worden. De patiënt op de juiste plaats, daar moeten we het over hebben.”

Voor Ambulance Amsterdam ziet Astrid een duidelijke rol. De afgelopen jaren was Ambulance Amsterdam meer gericht op de eigen interne processen. “We moesten veel groeien met maar een beperkt aantal mensen. Nu is de tijd gekomen om weer meer zichtbaar te zijn in de regio en een duidelijkere rol te vervullen in de keten. Dit doen we onder andere door deel te nemen aan de stuurgroep aanpak verwarde personen. Maar ook door mee te denken aan andere vormen van zorg. Het is echt niet altijd nodig om direct naar een ziekenhuis te gaan, maar er zijn ook mogelijkheden om naar andere vormen van zorg te kunnen overdragen. Minder vervoersbewegingen, in het belang van de patiënt, zijn welkom. De vraag is hoe we voldoende zichtbaar zijn? Er lijkt soms onvoldoende kennis beschikbaar bij onze ketenpartners over wat wij doen en waar wij voor staan. Wij zijn geen vervoersdienst, maar wij leveren mobiele zorg. Wij komen met onze zorg naar de patiënt toe en wanneer het in het belang van de patiënt is, dan vervoeren we niet. Zo hebben wij ook ‘Rapid Responders’ en die vervoeren helemaal niet.”

Wat hoop je te bereiken bij Ambulance Amsterdam?

“Ik hoop dat zowel intern als extern men bij Ambulance Amsterdam een gevoel heeft van trots en professionaliteit. Ik zou heel graag willen dat Ambulance Amsterdam nog meer een spil in de keten wordt. Wij zijn de verbinding tussen de verschillende ketenpartners en het zou heel mooi zijn als we daar ook meer een verbindende rol in kunnen spelen, om op die manier de meest efficiënt denkbare zorg voor onze inwoners te kunnen leveren.”

“Daarnaast hoop ik dat we als Ambulancedienst ook de kleine resultaten zien en dat vieren. We zijn vaak kritisch en zijn geneigd te kijken naar wat er allemaal niet goed gaat. Door echt met elkaar te praten, zijn er stappen te maken. Voor mij was een goed voorbeeld bij mijn voorgaande werkgever, het crisisteam zorg dat we hebben opgezet bij Veiligheidsregio Noord Holland Noord. Hierdoor hebben we in de griepperiode in tijden van schaarste toch de zorg op de been kunnen houden, met als resultaat minder onnodige vervoersbewegingen. Een lange adem is soms nodig om dingen voor elkaar te krijgen, maar de beloning aan het einde is er dan ook.”

Deel deze pagina