Interview met Maarten Kok en Jacqueline Langeslag, voorzitters Focusgroep Spoedzorgketen

Sinds anderhalf jaar zijn Maarten Kok (SEH-arts in het Spaarne Gasthuis) en Jacqueline Langeslag (huisarts bij Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra en bestuurslid met portefeuille Spoedzorg bij de Huisartsenkring Amsterdam Almere) de voorzitters van de focusgroep Spoedzorgketen. Beiden hebben de afgelopen periode een rol gehad in een crisisteam binnen hun eigen organisatie. Jacqueline is ‘huisarts-lid’ van het Crisisteam HaROP Amsterdam en Maarten is lid van het OT SEH. Daarnaast nam hij indien nodig deel aan het OT medisch (waarin medische inhoudelijke besluiten besproken en genomen werden), waar hij voor specifiek acute zorg gerelateerde onderdelen gevraagd werd een bijdrage te leveren. Beiden geven in dit interview een korte terugblik en vooruitblik op de corona-crisis.

Tegen welke uitdagingen en knelpunten zijn jullie de afgelopen periode aangelopen?
Maarten: ‘Binnen onze organisatie is gekozen voor de opvang van corona-gerelateerde zorgvragen buiten de SEH om. Dit bleek achteraf een heel verstandige keuze in onze optiek. De SEH bleef hierdoor altijd beschikbaar voor de reguliere acute zorg en de kliniek kon makkelijk vergroten bij een toename van zorgvragen. Wat we wel zagen is dat de reguliere acute zorgvraag met ook een secundaire corona-verdenking, ook op de corona-unit werd opgevangen. Hierdoor kwamen er heel veel niet primaire corona-zorgvragen op de corona-unit. Om dit op te vangen is de SEH-arts ook op de corona-unit ingezet, zodat deze alle niet primair corona-gerelateerde acute zorg vragen kon superviseren voor de arts-assistenten op de corona-unit. Daarnaast kon de SEH-arts de longarts ondersteunen bij de opvang van corona-zorg en ondersteuning van de triage. Dit tot grote tevredenheid van zowel de longartsen als alle assistenten.’

Jacqueline: ‘De belangrijkste uitdaging voor ons was om de huisartsenzorg te continueren en de huisartsen (via de HaROP-coördinatoren) geïnformeerd te houden en te ondersteunen.  Aanvankelijk was het nog onbekende ziektebeeld een groot probleem. Hier hebben de info kaarten van de SpoedHAG erg geholpen. Ook een belangrijk knelpunt was de kwaliteit van de persoonlijke beschermingsmiddelen, de onduidelijkheid over welk materiaal nodig was in welke setting (met name mondkapjes) en de onrust over de mogelijke tekorten van deze beschermingsmiddelen. Bescherming van de zorgmedewerkers had natuurlijk grote prioriteit.’

Wat ging heel goed, waar zijn jullie het meest trots op de afgelopen periode?
Jacqueline: ‘Wat goed ging was de communicatie en samenwerking binnen het crisisteam, de samenwerking en communicatie met de GGD en de feedback vanuit het ROAZ. Trots ben ik op het feit dat we al eind vorig jaar veel geïnvesteerd hadden in het vinden van HaROP-coördinatoren. In een grote stad als Amsterdam is het goed functioneren daarvan een absolute noodzaak om alle huisartsen geïnformeerd en ‘mee’ te krijgen.’ Maarten vult aan: ‘De saamhorigheid, bereidwilligheid en flexibiliteit van de gehele organisatie; daar ben ik trots op.’

Wat zou bijvoorbeeld bij een tweede golf beter kunnen?
Maarten: ‘De reguliere acute zorg met een secundaire corona-verdenking zou ik liever weer op de SEH opvangen, aangezien de breedte van deze zorg lastiger is op een niet-opvang (SEH) afdeling. Met betrekking tot corona-onderwerpen hebben we alles nu redelijk goed voorbereid voor een eventuele tweede golf. Ik hoop dat deze ervaring heeft geleid tot een goed pandemieplan organisatie breed.’

Jacqueline: ‘Binnen het crisisteam kunnen we nog beter de taken verdelen. Wat ik heel belangrijk vind, is dat wij gaan pogen om de zaken die we geleerd hebben qua huisartsenzorg ten tijde van de crisis (bv. digitalisering en rationalisering van chronische zorg) te bestendigen. Daar ligt de focus de komende tijd.’

Wat zouden jullie de ketenpartners mee willen geven?
Jacqueline: ‘Mijn advies en wens is dat alle ketenpartners de betere communicatie met elkaar in stand houden. Met name zou ik willen dat onder andere de GGZ en de thuiszorg aangesloten blijven bij de overleggen.’ De tip van Maarten: ‘De belangrijkste regel in tijden van crisis was en blijft: versterk liever je bestaande systemen dan nieuwe systemen neer te zetten.’

Zijn er onderwerpen waarvan jullie graag zouden zien dat deze door de ROAZ-bureaus worden opgepakt de komende periode?
Jacqueline ziet een rol voor de ROAZ-bureaus om ervoor te zorgen dat de ketenpartners niet op ‘eigen houtje’ stappen gaan ondernemen, maar echt met de keten nieuwe initiatieven ontwikkelen. ‘Daarnaast is het belangrijk om de goede zaken te bestendigen die ten tijde van de crisis naar boven zijn gekomen. Ik zou het absoluut een gemiste kans vinden als we terugkeren naar de situatie van vóór corona. Nu al merk je dat financiële motieven een te grote rol gaan spelen...’

Maarten vult aan: ‘Ik denk dat we met elkaar goed moeten nadenken over de impact van de opvang van een dergelijke pandemie, kosten en middelen, versus de baten. Ik vind dit zelf erg lastig. De prognose van reguliere zorg is mogelijk beter dan van corona-zorg, waarmee je dus moet oppassen dat er niet meer schade in de reguliere zorg ontstaat dan winst voor de pandemie zorg. We hebben een extreme investering moeten doen voor deze zorg en ik vind het lastig te overzien wat de impact daarvan is. Daarbij moet ik meteen zeggen dat deze gedachte ook impliceert dat we bereid zouden zijn beperkingen te accepteren. En dat is moeilijk.’

Zien jullie een rol voor de focusgroep weggelegd in de komende periode? Zijn er onderwerpen die op focusgroepniveau weer opgestart kunnen gaan worden?
Maarten denkt dat duidelijkheid in tijden van crisis heel belangrijk is: ‘De lijnen via het ROAZ en de LNAZ waren heel duidelijk. Daar heb je geen bemoeienis bij nodig van deelgroepen. Dus in mijn optiek heeft de focusgroep Spoedzorgketen geen extra rol nodig in dit systeem.
Je zou wel kunnen bedenken dat de focusgroep een plan voorstelt om opvang van een pandemie binnen dan wel buiten je reguliere acute zorg te organiseren. Echter, ik denk dat elke organisatie hier nu zelf al zodanig mee bezig is (geweest) dat wij dan als mosterd na de maaltijd zullen komen.’

Jacqueline is het hiermee eens voor wat betreft deze ‘huidige’ corona-crisis: ‘In een eventuele. volgende crisissituatie, regionaal of nationaal, kan dat anders zijn. In ieder geval zouden binnen de focusgroep ervaringen en ideeën gedeeld kunnen worden en daar kan iedere regio en instelling al tijdens een crisis baat bij hebben.’

Op 23 juni heeft de focusgroep Spoedzorgketen via Teams vergaderd met elkaar en een aantal onderwerpen met betrekking tot de afgelopen corona-periode besproken: welke consequenties heeft de corona-crisis (gehad) op de organisatie van de spoedzorg, welke (digitale) innovaties zijn door corona versneld ingevoerd, hoe richten afdelingen de zorg binnen de 1.5m richtlijn in en de voorbereiding op een eventuele tweede golf. Belangrijk doel hiervan was om best practices en knelpunten met elkaar te delen, om van elkaar te leren en eventueel samen op te trekken in de ontwikkelingen.

Daarnaast werd de laatste stand van zaken met betrekking tot het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ)/2TWNTY4 gedeeld met de focusgroep. Het LPZ is als systeem gebruikt om inzicht te krijgen in de capaciteit voor de opvang van corona-patiënten; nu wordt een gedegen project opgezet om te onderzoeken of dit systeem ook in de reguliere situatie een toegevoegde waarde kan hebben.

De focusgroep had al een stap gezet om een gezamenlijke escalatieprocedure voor het afkondigen van een SEH-stop en shockroom-stop op te stellen. Door de corona-crisis heeft dit even stil gestaan, maar na de zomervakantie zal dit door de focusgroep weer worden opgepakt.
De volgende bijeenkomst van de focusgroep zal in oktober/november plaatsvinden en staat hopelijk niet (meer) in het teken van corona!

Deel deze pagina